Complot or not?

Als je een onderwerp als complotdenken ter hand neemt zoals we in onze serie ‘een complot or not’ doen, sta je direct voor een niet meteen zichtbare maar wel fundamentele keuze. Namelijk de vraag: bij wie ligt de bewijslast?

De ‘aanhangers’ van complotconstructies leggen de bewijslast altijd bij de ander. Elke complottheorie begint namelijk met onverklaarde of onverklaarbare feiten. Om een bekkend voorbeeld te noemen: De casus van ‘building 7’, dat in bijna alle complotconstructies rond de aanslagen van 11 september naar voren komt. Dat gebouw is ingestort op een manier die volgens veel experts moeilijk verklaard kan worden. Het feit dat het gebouw zes uur na de inslag van de vliegtuigen precies op zijn eigen fundamenten implodeerde, had veel kenmerken van wat in kringen van professionele slopers een ‘controlled demolition’ wordt genoemd. 

Of en hoe dit veroorzaakt kan worden door de inslag en daaropvolgende brand in de Twin Towers is een zaak waar deskundigen tot op de dag van vandaag verklaringen voor hebben gezocht, vinden, verwerpen en weer opnieuw tegen het licht houden. Op een symposium aan de Technische Universiteit in Delft is er vorig jaar nog over gesproken en het onbevredigende is dat er geen eenduidige exacte ‘wetenschappelijke’ lezing bestaat van hoe de ‘laws of fysics’ er op dat moment voor hebben gezorgd dat het gebouw instortte zoals het instortte.  

Het is complex: ook bij zaken als aardbevingen weten we iets over hoe de onderliggende krachten en tektonische processen werken, maar kunnen we niet voorspellen wat exact de gevolgen van een aardbeving gaan zijn.  

Het probleem is dat je de exacte omstandigheden bij een aardbeving, of bij een tamelijk unieke gebeurtenis als 9/11 nooit precies kan reproduceren of herhalen. Een complot biedt vaak wel een heldere verklaring: er waren springladingen aangebracht en die kunnen wel heel goed verklaren waarom we iets zagen dat heel veel lijkt op wat er gebeurt als experts zo’n gebouw met grote precisie laten instorten. 

Vervolgens komen we weer op de bewijslast. Als de eenvoudigere verklaring er is, dan is het aan ‘overheid’, of eigenlijk aan iedereen die nog niet overtuigd is van kwade opzet, om te bewijzen dat het niet zo gegaan is.

Dat deze verklaring duizenden andere vragen en onverklaarbare zaken oproept, daar gaat men in de vaak gepassioneerde betogen van complotdenkers maar al te makkelijk aan voorbij. Wie heeft die springladingen wanneer geplaatst? Hoe zijn ze gedetoneerd? Wie heeft het bedacht? Wat was het motief? En hoe kan het dat niemand daar ooit iets van gemerkt heeft ?  

Bewijs

Tot op heden is er geen enkel document, geen enkele betrouwbare getuigenverklaring en gen fysiek bewijs op tafel gekomen die deze theorie ondersteund.

Ook de vele onthullende statements van brandweerlieden, experts en anderen die opgevoerd worden, komen niet verder dan dat er ‘iets niet klopt’. Er is geen ‘smoking gun’ zoals dat heet, maar is wel genoeg rook om de bewijslast te leggen bij ‘de ander’.

Die moet maar aantonen dat er geen complot was. En dat laatste is lastig. 

Aantonen dat er iets, dat zich aan ons zicht onttrekt, wel of niet bestaat. Het is even makkelijk om ‘aan te tonen’ dat God wel of niet bestaat. Daardoor krijgen discussies over complotconstructies vaak het karakter van religieuze twisten: Je gelooft het, of niet. 

Aan dit soort discussies komt nooit een eind en niet zelden eindigen ze in geweld. Juist daarom is het verschijnsel van complotconstructies en de omvang die ze in het internettijdperk hebben aangenomen een relevant verschijnsel om te bestuderen te analyseren en erover te berichten, ook in de zogenoemde ‘mainstream media’, dus EenVandaag.

Doe je dat, dan is de eerste reflex van de rationele kijker of lezer dat complotten volgens de gangbare methoden van onderzoeksjournalistiek onderzocht en uitgeplozen kunnen worden, door de argumenten en bewijzen van een complottheorie een voor een te analyseren en te weerleggen. 

Wie ooit een blik heeft geworpen op wat er alleen al over ‘building nr. 7’ op internet staat, weet dat dat onbegonnen werk is. Bovendien: de bewijslast is dan al ongemerkt terecht gekomen bij journalist die zich op het terrein van de complotdenker begeeft. Dat is ook de reden dat veel journalisten dit terrein links laten liggen. 
Voor onze serie hebben we het verschijnsel complotdenken als zodanig serieus willen nemen, niet ‘alle complottheorieën’ die op internet circuleren. Complotdenkers zijn vaak zeer intelligente creatieve en analytische geesten, die hele relevante en tegendraadse vragen kunnen stellen over macht en hoe die wordt uitgeoefend. 

Er zitten ook minder creatieve mensen tussen die bij elke schokkende gebeurtenis altijd weer met het dezelfde rijtje verdachten aan komen zetten: De vrijmetselaars, de Joodse samenzwering, de bankenlobby, de Bilderberggroep, de Illuminati. 

Bewijslast

In onze serie leggen we de bewijslast bij de complotdenkers: wij hebben de meest voorkomende theorieën voorgelegd aan die experts die het best op de hoogte zijn van de stand van kennis op de terreinen waar de complotconstructies zich op richten. 

In het geval van de vrijmetselaars leek het ons het beste om aan henzelf de vragen voor te leggen die sommige complotconstructies over hun organisatie oproepen. Doel was om te kijken of er voor die theorieën een hard bewijs is.  Bij 9/11, bij de vrijmetselaars, bij ‘het complot Aids’ en bij Pim Fortuyn is dat er niet. 

Daarnaast hebben we ook niet willen uitsluiten dat bewijzen soms pas na lange tijd boven tafel komen. Complotten zijn niet altijd verzinsels en dus laten we ook historici aan het woord over echte –soms gruwelijke- complotten en doofpotaffaires die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en waarvoor het bewijs geleverd is.  

De Holocaust, het Tuskegee experiment, De Iraanse coup van 1953 en de moord op Franz Ferdinand. Het is een beetje appels en peren vergelijken en er zit uiteraard een zekere willekeur in deze rangschikking. Maar wie deze verhalen naast elkaar legt, ziet dat heel veel complottheorieën sterk op elkaar lijken in hun zoektocht naar een machtige geheimzinnige vijand die verantwoordelijk is voor iets wat ze zien als onrecht.  Historische analyse van complotten die wel zijn bewezen, laat zien dat complotten zich onder onze eigen ogen kunnen voltrekken, juist op momenten dat machthebbers zich zeggen te verweren tegen een grote gevaarlijke vijand. Interessante materie, vonden wij. 

Daarom hebben ook de lange versies van de interviews online gezet. Het volledige ruwe materiaal compleet met herhalingen, cameracorrecties, pauzes en versprekingen, dat leek ons als televisiemakers toch wat te veel gevraagd van de kijker. Daarom hebben wel iets gemonteerd. Wel streven we transparantie na. 

De letterlijke transcripties van de gesprekken die we gebruikt hebben voor de montage zetten we daarom voor de liefhebber ook online. Mocht daar iets niet kloppen of essentiële informatie zijn weggelaten dan kunnen de sprekers die we opvoeren dat zelf kenbaar maken.